Hulpmiddelen voor uw filtratietaak
Geschiktheid van materialen, Richtlijn drukapparatuur (PED), vloeistofgroepen en het ABC van kunststoffen — onze gebundelde vakkennis, vrij toegankelijk.
ABC van Filtratie — Kunststoffen
Benamingen, afkortingen en merk- en handelsnamen van de belangrijkste kunststoffen voor afdichtingen, filtermedia en filterinstallaties — doorzoekbaar.
Woordenlijst wordt geladen …
Geschiktheid van Materialen voor Filtertaken
Welk materiaal is — en in welke mate — geschikt voor uw toepassing? Overzicht van roestvaste staalsoorten, kunststoffen (afdichtingen) en vezels (filtermedia).
Roestvaste Staalsoorten voor Filterinstallaties & Tanks
Bestendigheid, Eigenschappen & typische toepassingen van de 15 belangrijkste materialen:
1.4301 (AISI 304)
1.4306 (AISI 304 L)
1.4313 (AISI 415)
1.4401 (AISI 316)
1.4404 (AISI 316 L)
1.4406 (AISI 316 LN)
1.4410 (UNS S32750)
1.4418 (AISI S165M)
1.4429 (AISI 316 LN)
1.4435 (AISI 316 L)
1.4462 (AISI S31803)
1.4501 (AISI F55)
1.4547 (AISI 254SMO)
1.4563 (UNS N08028)
1.4571 (AISI 316 Ti)
Kunststoffen voor afdichtingen & filterinstallaties
Welk afdichtingsmateriaal is geschikt voor uw toepassing (chemicaliën, producten)? Specifiek voor de toepassing zijn met name E-CTFE (Halar™), ETFE, FEP, PTFE (Teflon™), PVDF, EPDM, FPM/FKM (Viton™), NBR (Perbunan®) en siliconenrubber beschikbaar. De gedetailleerde tabellen voor chemische bestendigheid (A–Z, van „Uitlaatgassen, alkalisch" tot „Tweetaktolie") stellen wij u op aanvraag graag ter beschikking — de waarden zijn gebaseerd op laboratoriumtests van de grondstofproducenten en dienen als richtlijn.
Vezels (filtermedia)
Welke vezel is geschikt voor uw toepassing? Er wordt gekeken naar de bestendigheid tegen:
- Zuren
- Logen
- Oplosmiddelen
- Oxidatiemiddelen
- Bacteriën / Schimmels
Typische vezels zijn polyester, polypropyleen, polyamide (Nylon™), aramide (NOMEX®), katoen, glasvezel en PTFE. De geschikte vezel voor uw medium en temperatuur bespreken we graag persoonlijk — of u vult uw medium eenvoudig in op de checklist.
Richtlijn Drukapparatuur (DGRL), Gevaren & Fluidgroepen
Officiële benaming & Toepassingsgebied
Richtlijn 2014/68/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukapparatuur (herschikking). De richtlijn trad in juli 2014 in werking, is van toepassing sinds 19 juli 2016 en verving de vorige richtlijn drukapparatuur 97/23/EG.
De DGRL is van toepassing op fabricage, ontwerp en conformiteitsbeoordeling van samenstellen en drukapparatuur met een druk van meer dan 0,5 bar. Drukapparatuur omvat drukvaten, stoomketels, pijpleidingen, veiligheidstoebehoren en drukdragende toebehoren.
Essentiële veiligheidseisen (Bijlage 1 DGRL)
- Algemeen: Drukapparatuur moet zodanig worden ontworpen, gefabriceerd, gecontroleerd en eventueel uitgerust en geïnstalleerd, dat de veiligheid ervan is gewaarborgd wanneer zij in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van de fabrikant of onder redelijkerwijs voorzienbare omstandigheden in bedrijf wordt genomen.
- Ontwerp: Deskundig ontwerp met inachtneming van alle factoren die voor de veiligheid gedurende de gehele levensduur doorslaggevend zijn — met geschikte veiligheidsfactoren en -marges voor alle relevante faalmodi.
- Fabricage: De fabrikant garandeert de deskundige uitvoering van de in de ontwerpfase vastgestelde maatregelen door middel van geschikte technieken en procedures.
- Materialen: De gebruikte materialen moeten, indien deze niet worden vervangen, geschikt zijn voor de gehele voorziene levensduur.
- Verdere specifieke eisen voor bepaalde drukapparatuur.
Gevaren & Fluidgroepen
Voor de indeling volgens DGRL is het fluid doorslaggevend — gassen, vloeistoffen of dampen als zuivere fase en hun mengsels:
Gevaarlijke fluïda
Media met gevaarkenmerken conform de stoffenwetgeving (GefStoffV): bijtend, ontvlambaar, explosief, extreem ontvlambaar, instabiel, licht ontvlambaar, organisch peroxide, oxiderend, pyrofoor, zelfontledend, toxisch.
Ongevaarlijke fluïda
Alle media zonder de gevaarkenmerken van fluidgroep 1 — bijv. water, veel levensmiddelen en niet-kritische procesmedia.
Categorisering van drukvaten
Drukapparatuur voor filtratietechniek uit fluidgroep 1 of 2 wordt ingedeeld conform Artikel 4, lid 3 DGRL („goede engineeringpraktijk") of conform categorie I, II, III of IV (met CE-markering) volgens Bijlage 2 DGRL — afhankelijk van fluidgroep, druk en volume. De conformiteitsbeoordeling vindt plaats volgens de respectievelijk vereiste modules, de naleving van de veiligheidseisen conform het AD-2000-regelwerk.